Registrese o login

TimeRime

Martha Graham

Imprimir esta pagina

1894 - 1991
Dramatische moderne dans met psychologische diepgang.

 

2.3 Martha Graham: Dramatische moderne dans met psychologische diepgang.

 

 

Martha Graham (1894 - 1991) wordt beschouwd als de grondlegger van moderne dans.

Zij ontwikkelde haar stijl in de Verenigde Staten, destijds een jonge natie waar ruimte was voor een nieuwe dansvorm. Met ballet had Graham niets, ze wilde haar gevoelens en ideeën direct omzetten in beweging, zonder vaststaande, sierlijke en betekenisloze academische danspassen. Haar vader was psycholoog. Van hem leerde ze dat lichaamstaal veel onthult over iemands gemoedstoestand. ‘Movement never lies’, zei hij. Die les onthield ze. Dat persoonlijke in moderne dans kwam voort uit het individualisme dat de kunsten beheerste.

Vanaf 1926 ontwikkelde ze in haar kleine New Yorkse studio met enkele danseressen een eigen danstaal en danstechniek: een eigen stijl. Ze liet zich daarbij leiden door haar eigen diepgaande emoties; angst, woede, verdriet, rouw, wraaklust, overgave en berusting. En: verzet tegen onderdrukking, strijdbaarheid en het overwinnen van innerlijke conflicten.

Haar onderhuidse driften en emoties vertaalde ze in beweging. Door haar spieren rond het bekken samen te trekken ontstond een dramatische kramp die zich in het gehele lichaam voortplantte. Op deze contraction volgde ontspanning (release). Afwisseling van spanning en ontspanning werd het basisprincipe van haar danstechniek. Daaraan voegde ze de koppeling met ademhaling toe, zoals bij Aziatische meditatietechnieken.

In tegenstelling tot de romantische ballettraditie ging haar moderne werk over eigentijdse gevoelens - gevoelsconflicten. En aanvankelijk ook over maatschappelijke en politieke conflicten - de economische neergang, de Spaanse Burgeroorlog. Bij dat realisme paste aardse dans, letterlijk. Zij stond met beide benen op de grond, haar dans kende zittende, liggende en rollende bewegingen. Wat een groot contrast vormde met het beeld van de onaardse romantische ballerina, die vaak een fantasiewezen voorstelde. Grahams maakte en vertolkte juist sterke, soms heroïsche vrouwen die hun ‘mannetje’ stonden. Iets waar de vrouwenemancipatie voor had gezorgd.

Haar moderne dans ontstond onder invloed het expressionisme - dat de onderhuidse en verborgen drijfveren schilderde in felle kleuren en verklankte met harde en schrille tonen. Grahams strenge hoekige en sobere vormen weerspiegelden tevens Picasso’s kubisme en sloten aan bij de nerveuze ritmes van de metropool. Maar ondanks het realisme van de onderwerpen gaf zij deze op abstract symbolische wijze vorm. Haar solo Lamentation (1930) is daarvan een sprekend voorbeeld. Deze gedanste rouwklacht bestond uit harde zigzag bewegingen die ze zittend op een bankje uitvoerde. Rekbare stof omhulde haar gehele lichaam. Ze zwiepte voor en achterover en suggereert dat ze zich opknoopt. Haar kernachtige verbeelding van verdriet schokte het publiek dat lieftallige dans was gewend. Maar Graham wilde niet amuseren. Zij maakte serieuze Kunst over diepgaande zaken die ze universeel probeerde te maken, herkenbaar voor een ieder die met intellectuele blik haar dans doorgronde. Evenals modernistisch kunst was haar werk niet gemakkelijk.

In de jaren veertig, toen Graham een vaste groep geformeerd had, veranderde haar werk. Onder invloed van de theorieën van zowel Freud (psychoanalyse en droomduiding) als Jung (archetypen) kreeg haar werk een ‘verhalend’ en dramatisch karakter. Met thema’s als jaloezie, haat, bedrog en onderhuidse seksuele verlangens. Een klassiek Freudiaans thema had Night Journey (1947) over de noodlottige incestueuze verhouding van Iocaste met haar zoon Oedipus. Naar voorbeeld van Jung verduidelijkte Graham haar gedanste drama’s met ‘oerbeelden’ die men collectief in zijn onderbewustzijn zou hebben. Ze ontleende grote verhalen aan Griekse mythes, aan bijbelse overlevering en Europese volkslegenden. De verhalen dikte zij in tot enkele rollen. Soms voegde ze daar een ziener / verteller aan toe, om de handeling diepte te geven. Dat laatste gold ook voor het koor danseressen dat de handeling omringt zoals in een Griekse tragedie.

Naast haar diepgravende psychologische stukken maakte ze optimistisch en lyrisch werk; over een Amerikaanse pioniersvrouw die het weidse onontgonnen prairie voor zich heeft (Frontier 1935). American document (1938) ging over de geschiedenis van Amerika, en Appalachian Spring (1944) over het huwelijk van Puriteinse pioniers. Deze americana werken bevestigden de Amerikaanse identiteit die zich nog maar net had gevormd.

Graham danste tot op extreem hoge leeftijd (75 jaar!) en creëerde alle hoofdrollen voor zichzelf. Daarbij leidde ze haar Martha Graham Dance Company (MGDC) evenals haar opleiding. Haar leven kende veel ups en downs waarbij haar angst voor ouderdom, aftakeling en eenzaamheid voorop stond. Het autobiografische Herodiate getuigt daarvan. Op heel hoge leeftijd had ze een opleving die haar werk bijna zonnig licht maakte: Acts of Light kan als haar laatste groet beschouwd worden.

De MGDC bestaat nog en geeft na veel juridisch touwtrekken over de artistieke nalatenschap van Grahams dansstukken, opnieuw voorstellingen.

 

 

 

 

 

 

SCHEMA II: Kenmerken van de Graham techniek en stijl

 

techniek:

• contraction en release

• spiraaldraai rond de ruggengraat

• flexen (buigend optrekken) van handen en voeten

• parallelle beenposities

• back fall

• gebruik van de diepe laag

 

stijl:

• kernachtige en krachtige bewegingen

• onversierd maar betekenisvol

• sober en functioneel

• niet vloeiend maar dynamisch in afwisseling van felheid en roerloze stilte

• geen voorspelbaar ritme of maatsoort, vaak onregelmatige ritmes

• theatraal, bij haar epische werk ligt het accent op de hoofdpersonage.

 

dramatisch:

• heldere karakterisering van personages; protagonist en tegenspeler, en koor dat het drama van commentaar voorziet.

• flash forward (aankondiging noodlottige wending) flash back (zoete herinnering)

• opbouw in fasen, waarbij de hoofdpersonages door verschillende strijdmomenten heen gaat. [Herodiate, Errand into the maze, Cave of the heart]

• het bevriezen van personages op de achtergrond om de handeling te accentueren.

 

 

 

 

2.4 Doris Humphrey: harmonieuze moderne dans als metafoor voor het leven.

Doris Humphrey (1895 - 1958) wordt gezien als tweede belangrijke grondlegster van de Amerikaanse moderne dans. Als choreografe werd ze buiten Amerika veel minder bekend als Graham. Maar haar visie, techniek en methode werkten door. Ook Humphrey had haar scholing bij Denishawn gehad. Samen met danser Charles Weidman begon ze in 1928 voor zichzelf.

Evenals Graham was zij een dansexpressionist. Ze zocht naar een manier om gevoel te vertalen in beweging. Haar vertrekpunt was puur fysiek. Ze benutte vooral de werking van de zwaartekracht. In haar opvatting schommelt elke beweging tussen een staat van evenwicht (balance) en geen-evenwicht (imbalance). Bij dat laatste geeft het lichaam toe aan de zwaartekracht. Daartussen zitten momenten van verzet (terugveren of rebounce) en van toegeven (blijven hangen of suspencion). Dit systeem van ‘vallen’ en ‘herstellen’ noemde ze fall and recovery. Door in de tussenliggende momenten te versnellen en vertragen creëerde ze bewegingsdynamiek. Juist bewegingen in het spanningsveld tussen ‘balans’ en ‘uit balans’ vond ze interessant. Net als Graham had haar dans een diepe betekenis: Verlies van evenwicht en het zoeken naar herstel daarvan symboliseerde een mentaal proces. Een bekende pose toont Humphrey met beide benen in een solide tweede positie verankerd - als metafoor voor realiteitszin en geestelijke stabiliteit.

De solo Two Ecstatic Themes demonstreert haar visie: een evenwichtige jonge vrouw raakt uit haar balans - vanwege een overrompelende liefde? Ze eindigt letterlijk via een lange vloeiende bewegingsfrase op de grond, blijft een moment stil liggen alsof ze zich bezint op haar situatie en werkt zich vervolgens schokkerig omhoog, om te eindigen in een wijdbeens staande positie: Ze heeft haar evenwicht hervonden.

Het beeld van fall and recovery ontleende ze aan de dualistische filosofie van de Duitse schrijver/filosoof Nietzsche: Die sprak van ‘The arc of live and death’, waarbij het leven zich afspeelt als op een gespannen boog tussen het leven (‘staan’) en de dood (‘liggen’).

Humphrey was weliswaar serieus maar toch optimistisch van aard. Haar idioom is rond en vloeiend, gefundeerd op natuurlijke bewegingen: staan, lopen, rennen, springen, vallen, opstaan alsmede op ademhaling. Ze onderscheidde bewegingen naar kwaliteiten (krachtig, gespannen, zacht) en ruimtelijke patronen (parallel, oppositie, frontaal, diagonaal). En combineerde deze tot reeksen, zogenaamde ‘choreografical frases’.

Haar systeem is beschreven door Charles Weidman. De Mexicaans Amerikaanse danser /choreograaf Jose Limon heeft dit verder uitgewerkt, vandaar dat wordt gesproken van de Humphrey-Limon stijl, en zelfs Limon stijl. In Nederland zijn Humphreys historische choreografieën in de jaren tachtig gereconstrueerd door Adriaan Kans.

 

 

SCHEMA III

 

 

 


Esta linea de tiempo
geschiedenis van dans
Lyrikalmonster
Reconocimiento:
numero de visitas: 654
Buscar en linea de tiempo

Busqueda avanzada...

Lineas de tiempo relacionadas mas...
 

© TimeRime bv 2010
Realizacion tecnica:
Hoppinger.com